Bestaande plaatsen (1)

 

Het was een kleine wijk in New York, het oogde als een Vinex-wijk, maar was omringd door de stad.

Ooit was het een gewone wijk waar mensen graag wilde wonen; veel wit in de huizen, gazonnetjes, slingerend asfalt.

Toen kwam er herbestemming van een strip ten zuiden van de wijk: hoogbouw. Jaren van constructie, overlast. Op zonnige dagen trok een serie slagschaduwen over de huizen. Wind woei in vreemde patronen door de wijk.

Met de hoogbouw kwamen twee subway stations, vanwaar de metro zonder overstap binnen een kwartier naar hartje downtown reed.

Parkeren in Manhattan werd steeds duurder.

 
De eerste bewoners vertrokken, maar konden niet snel een goede prijs voor hun huizen krijgen. Ze verhuurden hun oprijlaan, hun tuin, hun garage aan mensen die er overdag wilden parkeren. Handige jongens sprongen er op in. Ze betaalden de eigenaars, braken gevels open, installeerden garagedeuren, asfalteerden tuinen en verstevigden vloeren. Ze incasseerden dagelijks het parkeergeld.

Ze boden anderen aan hun huis onder handen te nemen.

Bij elke aanpassing werden de andere huizen in de buurt slechter verkoopbaar. Maar dat gaf niet. Want er waren genoeg mensen die wilden parkeren, er waren genoeg mensen die vooraf wilden betalen om een huis te verbouwen. Het huis verdiende zichzelf terug, mensen verhuisden simpelweg.

 
Rijd nu door de wijk en zie de twee-onder-één-kap huizen, in gebroken wit, grijs asfalt, slordige, witte garagedeuren, fletse carports. Kleine rijtjeshuizen met een slagboom – rood en wit – aan de stoep en een gat in de gevel. Drie appartementen verbouwd tot multistore car park, twee metalen sporen van voor tot achter door het trapportaal en keukens. Bij elk huis één of twee mannen. Ze proberen nieuwe auto’s over te halen bij hen te parkeren.

Direct achter één van de omvangrijkste highrises aan de rand van de wijk is een langwerpig pleintje waarop een man staat met bruine ogen, kort zwart haar, forse buik, Stalinsnor en in zijn hand een halve liter bier. Met zijn andere arm zwaait hij auto’s naar zich toe. Hij baat een rij parkeerplaatsen uit, ooit onderdeel van een pleintje. Met betonnen kolommen en betonnen platen heeft hij er een verdieping boven gemaakt, een onregelmatige ramp van beton naar boven. Ook daar mag je parkeren.

Een oliedrum verspert de doorgang.

‘Je moet er voor zorgen dat ze niet zonder te betalen wegrijden,’ zegt hij. ‘Day and night.’ Hij heeft wallen onder zijn ogen. ‘Have a nice day downtown.’

Share on FacebookGoogle+Tweet about this on Twitter
site-3247

Nieuwe Revisor

 

Er zijn een miljoen schrijvers in dit land en miljoenen lezers, en op zo’n vijftig na ontbraken ze allemaal bij de lancering van de nieuwe Revisor. Wat heel raar is.   Literaire tijdschriften vergeleek ik ooit met vakantie-doe-boeken: boordevol afwisseling, vermaak, juweeltjes en soms iets dat me minder aanspreekt, maar dan sla ik gewoon de … Lees verder Nieuwe Revisor

site-4395

Zeezuchters

 

Op zeker moment ontstond er op het Mediterrane eiland behoefte aan zeezuchters, vrouwen wier taak het was om zo melancholiek als mogelijk met ontbloot bovenlijf naar de zee te zuchten opdat deze kalm en gemoedelijk tegen de stenen van het strand op zou blijven kabbelen. Het behoeft geen verbazing dat dit imperatief zich aan de … Lees verder Zeezuchters

zeester-dolhuis